background image
en daarna de wijde nagelwonden met dezelfde zalf of specerij
vulde, die zij ook in de holten van de neus en van de oren en in de
opening van de zijdewonde deed. Magdalena bleef meest bij de
voeten van Jezus, nu om ze af te drogen en te zalven, en ze dan
weer met haar onstelpbare tranen te besproeien en om er dan weer
een hele tijd met haar aangezicht op te blijven rusten.
Ik zag hen het water, waarmee zij het lichaam van Jezus gewassen
hadden, niet weggieten, maar in lederen zakken verzamelen. Ook
de sponsen wrongen zij hierin uit. Ik zag enige mannen, nl.
Kassius en andere soldaten in de kruiken en lederen zakken die de
H. Vrouwen meegebracht hadden, meermalen vers water gaan
halen uit de bron Gihon (fasc. 31, nr. 1917, voetnoot 113), die
daar zo dichtbij was, dat men ze uit de graftuin kon zien.
Na al de wonden gezalfd te hebben, omwond Maria Jezus’ hoofd
met windsels, doch de gelaatsdoek, waarvan deze omhulling
voorzien was, trok zij nog niet neer; zij drukte de half geopende
ogen van Jezus toe en liet haar hand er enige ogenblikken op
rusten. Zij sloot Hem ook de mond, omarmde het heilig lichaam
van haar Zoon en liet onder het storten van tranen haar aangezicht
op het Zijne zinken. Maria Magdalena kwam uit eerbiedige vrees
niet met haar aangezicht tegen dat van Jezus, zij durfde het alleen
op zijn voeten laten rusten.
Reeds enige tijd stonden Nikodemus en Jozef van Arimatea in de
nabijheid te wachten en daarom naderde nu Joannes tot de H.
Maagd met het verzoek afscheid te willen nemen van het lichaam
van haar Zoon: daar de sabbat nabij was, kon men de
toebereidselen tot de begrafenis niet langer uitstellen.
Een laatste maal omhelsde Maria nog inniger het lichaam van
haar goddelijke Zoon en nam er met zielroerende woorden
afscheid van.
Nu tilden de mannen het heilig lichaam op de doek waarop het
lag, terwijl het met de romp op haar schoot rustte, van de grond
omhoog en droegen het beneden op een geringe afstand van de
Fascikel 32
618