background image
Het reukaltaar waggelde, zodat één van de reukvaten omviel; de
bergplaats van de schriftrollen stortte in, zodat alles dooreen
rolde; de verwarring nam voortdurend toe en men wist tenslotte
zelfs niet meer welk uur van de dag het was.
van de stad liep onder het uiten van bedreigingen en het aankondigen van
rampen voor de stad.
Dit verdraaien van feiten, het verplaatsen van gebeurtenissen naar een
andere tijd, kan ook met andere gebeurtenissen hebben plaatsgehad, zoals
met het geval, door K.E. hier vermeld.
“Op een paasfeest”, zo verhaalt Flavius Josephus – enige uren na Jezus’
dood was het paasfeest reeds begonnen – “omstreeks middernacht, sprong
de oostelijke poort van de tempel vanzelf open. Nochtans was ze van brons
en zo zwaar dat 20 mannen nodig waren om ze te openen en bovendien
was ze vast gegrendeld met ijzeren staven die diep in de drempel staken.
Slechts met de grootste moeite kon men ze in haar vorige stand
terugbrengen.”
Verder in nr. 1975 vermeldt K. nog zulk een geval met de Efraïmpoort in de
stadsmuur nabij Kalvarië.
“Op een Pinksterfeest, 7 weken later, hoorden de dienstdoende priesters”,
verhaalt Flavius Josephus nog, “een groot gedruis gedurende de nacht en
aanstonds daarna een stem die meerdere keren herhaalde: “Vertrekken wij
van hier!””
Flavius Josephus vermeldt nog andere tekens die zich op 27 mei van
hetzelfde jaar voordeden.
Fascikel 31
529