background image
verschijning van de H. Elisabet was geweest. In het begin echter
scheen zij mij geheel natuurlijk, doordat ik haar bij alles hulp aan
de leerlingen zag verlenen en ik vroeg me dan ook herhaaldelijk
af, wie zij wel mocht zijn en hoe zij mee binnengeraakt was.
1045.
Het lichaam lag nog, gelijk in het begin, met de vacht bedekt en
de leerlingen begonnen spoedig met de lijkbereiding; zij
spreidden doeken uit, legden het lichaam daarop en wasten het.
Water hadden zij in zakken bij zich en de soldaten brachten nog
enige bruine schotels. Judas Barsabas, Jakob en Heliakim
verrichtten het werk der eigenlijke lijkbereiding; de overigen
hielpen hen; de verschijning zag ik gedurig meewerken en het was
als deed zij alles: ontdekken, toedekken, leggen, wenden,
inwikkelen. Wat ieder nodig had, waarnaar hij zocht of greep, dat
was daar; een buitengewone spoed en regelmatigheid schenen het
gevolg van haar aanwezigheid en medewerking. Ik zag dat de
leerlingen het lijk openden, de ingewanden er uit namen en in een
lederen zak borgen; dan legden zij om het lijk aan alle kanten
welriekende kruiden, die zij met het lijk zeer vast in banden
inwikkelden; het lichaam was in het midden verbazend dun en
over zijn geheel als uitgedroogd.
Ondertussen zag ik de overige leerlingen een hoeveelheid van zijn
bloed dat op de plaats geronnen lag, waar zijn hoofd gevallen was
en waar zijn lichaam gerust had, opnemen en afwassen en
verzamelen in ledige bussen, waarin de welriekende kruiden
geweest waren. Zij legden vervolgens het omwonden lichaam in
het lederen omhulsel en sloten dit met een stok, die zij van boven
door dit omhulsel schoven, en staken de twee lichte stangen door
de riemen of lussen, die aan de lederen trog (omhulsel) vast
waren. Die stangen waren vrij dun en bogen toch niet door, en zo
moeten ze dus wel van dat vast hout geweest zijn (cfr. fasc. 17, nr.
702, midden). Zij spreidden er de vacht van Joannes over uit, dat
hem tot kleding gediend had en droegen nu met zijn tweeën het
Fascikel 22
1979