background image
verkondigen en later aan de HEIDENEN in het ‘Tien-
steden-land’ (Mk. 5, 19-20; Lk. 8, 39)471.
Deze jongelingen verlieten Hem hierop en Hij gebood de
leerlingen naar Betsaïda over te varen. Hijzelf bleef
alleen achter, en dit niettegenstaande al hun bidden. Langs de
oever wegwandelend ging Hij in een wildernis bidden;
ik zag Hem gaan tussen steile rotsheuvelen en hoe sommige
rotsen in de nacht geleken op zwarte mensengestalten472.
471 Hier kunnen de laatste trekken uit deze geschiedenis met de
evangelieverhalen vergeleken worden: “Toen Jezus zich nu in de boot wilde
begeven, vroeg de gewezen bezetene verlof bij Hem te mogen blijven; Hij
stond het niet toe, maar zei hem: “Ga naar huis, naar de uwen, en
meld hun alles wat de Heer u gedaan heeft en hoe Hij zich over u
heeft ontfermd.” Hij ging heen en begon te verkondigen in de Dekapolis
wat Jezus hem had gedaan en allen stonden verbaasd.” (Mk. 5, 18-20).
***
Kedar = Djok-kedar. –
Een stad Kedar in dit gewest is onbekend; het is nochtans mogelijk dat de
plaats Djok-kedar bedoeld is, in de buurt van Chorazin, de laatste plaats van
het district der Gergesenen. Is deze veronderstelling juist, dan begint het
preekgebied van de twee laatsten waar dit van de twee eersten ophoudt.
(cfr. fasc. 20, nr. 944).
472 Rotsen als mensengestalten. – Door weer en wind en storm uitgeknaagd
in de meest fantastische vormen, waardoor ze gelijken op torens, tenten,
spookachtige gedaanten van mensen en dieren.
In reisverhalen vindt men dit herhaaldelijk vermeld, b.v. Mislin, III, 109; De
Géramb, II, 34; De Tesson, Voyage, 104; Guérin, Judée, III, 35-36.
Tijdens een lastige bergbeklimming in de Sinaï leek het De Tesson dat hij
voortdurend door een leeuw gadegeslagen werd; zulk een figuur vertoonde
een naburige rotsberg.
Fascikel 21
1734