background image
Bij Sikem (ten oosten en noordoosten) ligt het schone veld dat
Jakob voor zijn zoon Jozef gekocht had. Een deel daarvan
behoort reeds aan de Herodes van Galilea (Antipas). Een grens is
door het dal getrokken door middel van een aardwal, pad en
palen.
Tebes is een stad van betekenis; er loopt een grote verkeersweg
door. Er is daar veel handel en doorgang van kamelen, hoog
bepakt; het is wonderbaar om te zien hoe die hoog beladen dieren,
als kleine torens, langzaam de berg opklimmen en hoe zij gedurig
hun kop op de lange hals vóór de torenhoge lading wegens de
inspanning op en neer bewegen. Ook drijft men daar veel handel
in ruwe zijde.
De inwoners waren echt niet boos en boden Jezus geen
tegenstand, maar zij waren evenmin eenvoudig en volgzaam; zij
waren lauw, onverschillig, zoals dikwijls welgestelde kooplieden
zijn. Anderzijds waren de priesters en schriftgeleerden zonder
ijver, om niet te zeggen neutraal, daarbij laatdunkend en
zelfvoldaan.
Bij Jezus’ aankomst in de stad verhieven bezetenen en
krankzinnigen hun gewone uitroep: “Daar komt de Profeet uit
Galilea; Hij heeft macht over ons, Hij zal ons verdrijven.” Jezus
beval hun rustig te zijn en nu waren zij stil.
Jezus ging binnen in een herberg bij de synagoge. Vele mensen
volgden Hem daar en men bracht ook vele zieken bij Hem; Hij
genas een groot deel er van.
‘s Avonds nam Jezus hier te Tebez het woord in de
synagoge: het tempelwijdingsfeest was begonnen en
Hij vierde het mee. In de synagoge en alle huizen werden
zeven lampen aangestoken; ik zag ook buiten op het veld en op
wegen bij herderswoningen kleine fakkels op hoge palen branden.
(Normaal begint het tempelwijdingsfeest in de avond van 24 Kislew, 
dit jaar 23 december.  De eerste dag is 25 Kislew, dit jaar 24 
december.  De 8e dag van het feest of octaafdag zal vallen op 31 
Fascikel 12
412