background image
Hij maakte ook gewag van ziekten die alleen door
gebed en verbetering van leven genezen kunnen
worden51, en van zulke die met behulp van
natuurlijke geneesmiddelen bestreden moeten
worden.
Dit alles zette Jezus zo diepzinnig uiteen, in zulk een
welsprekende taal, dat de geneesheer verstomd was en zijn kunde
voor overwonnen gaf; hij gaf toe dat zulk een kennis hem totaal
vreemd was. Ik geloof ook dat hij Jezus wilde volgen.
Jezus gaf de geneesheer een soort ontleding van het
lichaam en een beschrijving van alle ledematen,
spieren, aderen, zenuwen en ingewanden; van hun
bestemming, onderlinge verhouding en dit zo
nauwkeurig en diepzinnig, tevens zo begrijpelijk en
op de borst kloppen,
knielen,
zich in aanbidding neerwerpen, enz.
Denken wij ook aan allerhande liturgische ceremoniën.
Iets geestelijks, inwendigs krijgt daarin een uitwendige vorm, een lichaam.
Dit lichaam heeft een terugwerking op de geest: b.v. zich deemoedig op de
borst kloppen bevordert de deemoed. Maar, schijnt K. te zeggen: dit
lichaam van de geest werkt ook in op het lichaam, en wel ten goede tot
genezing en gezondheid, aangezien in deze bespreking gehandeld wordt
over de geneeskunde en het lichamelijk welzijn.
De zienster gebruikte dezelfde uitdrukking bij een andere gelegenheid in de
volgende uitlating “De protestanten herhalen steeds dat het niet op de
ceremoniën, op de dode vorm aankomt, maar dat men God in de geest moet
dienen; zijzelf echter klampen zich eigenzinnig aan de vorm vast en wel aan
een dode, zelfgemaakte en daarom voortdurend veranderende vorm, die
niet gegroeid, niet een lichaam van de geest, ein Leib des Geistes, maar een
dode (ledige) koker is.” (Men denke b.v. aan hun zelfgemaakt avondmaal).
51 Ziekten, al een door gebed en levensverbetering te genezen. – De
Amerikaanse psycho-analiticus Karl Jung schreef: “Onder al mijn patiënten
was er niet één wiens moeilijkheid in laatste instantie niet gelegen was in het
zoeken naar een religieuze levensbeschouwing; zij voelden zich allemaal
ziek, omdat zij verloren hadden wat de levende godsdiensten van alle tijden
hun gelovigen geven; wie de godsdienstige zin van het leven niet terugvond,
herkreeg ook zijn gezondheid niet.” (De berg der waarheid. Inleiding).
Fascikel 9
119