background image
omdat onder de poort door riolen vuil water en uitgietsels uit de
stad op de berghelling uitmondden.
Zuster Emmerick spreekt van 5 zulke riolen en ze wordt door de
archeologie in het gelijk gesteld. Toch heette deze poort ook,
volgens Flavius Josephus, de Essenenpoort; de Essenen hadden in
Jeruzalem een wijk, zegt Zuster Emmerick en het ligt dus voor de
hand dat die wijk in het westelijk Sion te zoeken zal zijn (Neh.3,
14).
3) De Bronpoort.
In heel de zuidelijke muur was geen poort. Eerst nabij de oude
Siloƫ-vijver ontmoeten wij de volgende; ze draagt de naam
Bronpoort (Neh. 3, 15), en ligt 60 m van de vijver.
4) De Sluippoort.
Even voorbij deze vijver was een sluippoort. Van bij een kleine
toren daalde men langs een trap naar dit poortje af om buiten de
stad te komen.
5-6-7-8) De Waterpoort, de Paardenpoort, de Oostpoort en
de Wachtpoort.
Noordwaarts lopend, passeert de muur ten westen van de
Gihonbron, wijkt vandaar uit naar het noordoosten en bevat
opeenvolgend de Waterpoort, de Paardenpoort, de Oostpoort en
de Wachtpoort.
9) De Gouden Poort.
Na deze nam de muur naar links een schuine richting om te gaan
aansluiten tegen de grondmuur van het Tempelplein bij het einde
van de eetzaal (Neh. 3, 31) die grenst aan de Gouden Poort.
Fascikel 8
34