background image
droefheid en onzekerheid; zij begonnen te vrezen het slachtoffer
van zelfbedrog te zijn.
De stoet bestond uit wel meer dan 200 mensen en was misschien
wel een kwartier lang (zo dit niet overdreven is, gingen ze wijd
uiteen). Reeds te Kausoer hadden zich een groep van voorname
lieden, en later nog andere, bij hen aangesloten.
De H. Driekoningen bereden elk een dromedaris (kameel met één
bult) en zaten tussen allerlei pakken; drie andere dromedarissen
waren met reisgoed en voorraad beladen en er waren drijvers op
gezeten. Ieder koning had vier voorname mannen uit zijn stam in
zijn nabijheid (zie fasc.5, nr. 134, voetnoot 299); ik bemerkte
onder hen de man van Kuppes en ook Azarias van Atom (fasc. 27,
nrs. 1585 en 1599); ik zag deze reeds in mijn visioenen op de reis
van Jezus door Arabië; dan waren zij reeds huisvaders, maar nu
zijn ze nog jongelingen. Buiten nog enige anderen die ook op
dromedarissen zaten, reden de meeste overigen op zeer vlugge,
geel-achtige dieren met fijne koppen; (zie fasc; 5, nr. 136);
ik weet niet of het paarden of ezels waren, doch ze zagen er in elk
geval heel anders uit dan de paarden in ons land329.
329 Anders dan de paarden in ons land; dieren zeer mooi opgetuigd. – Niet
alleen de oosterse vrouwen zijn zeer gesteld op sieraden, maar ook de
mannen en deze zowel voor hun rijdieren als voor zichzelf. De geschiedenis
gewaagt van fantastische rijkdommen die eraan besteed werden. Het zou te
ver brengen hieraan teksten te wijden.
In deze passage spreekt K. hier wel duidelijk van het Onagerpaardje, gelijk
het uit het volgende zal blijken.
Een halve eeuw geleden schreef de beheerder van de ZOO te Berlijn:
“In mijn dierentuin heb ik een Voor-Aziatische ezel. In de oudheid was hij
bekend onder de naam Onager (in het Grieks Onagros; wij kunnen vertalen:
wild-ezel of Onagerpaard); hij heeft een helgele kleur, een elegant
voorkomen, poten die om hun sterkte en vastheid door alle paardenkenners
geestdriftig bewonderd worden. Reeds wanneer men het dier in een
beperkte arena ronddraven ziet en het daarbij in de klare ogen kijkt, hecht
men geloof aan de geestdriftige beschrijvingen welke natuurvorsers ons
geven van zijn vrije leven in steppe en gebergte, hoe het vooruitvliegt in
wilde vaart, als kon het ongestraft spelen met zijn krachten. In vlugheid
Fascikel 6
621