background image
Links en rechts van dit altaar zag ik twee andere altaren, die zich
waarschijnlijk niet werkelijk in dezelfde kerk bevonden, doch mij
slechts in mijn beschouwing samen getoond werden.
- In het altaar ter rechterzijde bevond zich een Ecce-Homo-beeld
van Onze Heer, dat een vroom Romeins raadsheer185, die een
vriend van de H. Petrus was, op wonderbare wijze in zijn bezit
had gekregen.
- In het altaar links zag ik één van de grafdoeken van Onze-
Lieve-Heer.
Van Maria’s terugkeer te Nazareth tot de
Boodschap van de Engel.
83.
Wanneer nu het bruiloftsfeest geëindigd was, keerde Anna met
haar huisgenoten naar Nazareth terug. Ook Maria begaf zich
daarheen in het gezelschap van verscheidene medescholiersters,
wier diensttijd eveneens verstreken was; zij trokken in een
feestelijke stoet uit de stad.
Ik weet niet hoever Maria’s vriendinnen haar uitgeleide deden;
hun eerste nachtelijk oponthoud hielden zij weer in de
levietenschool te Bethoron. Maria legde de terugweg te voet af.
Jozef ging niet met deze groep naar huis mee; hij moest eerst naar
af te staan, doch op bevel van Innocentius VIII moesten de Chiusanen hem
aan Perugia weergeven.
De bewijzen van authenticiteit van deze relikwie zijn afdoende en
overtuigend. De akten van Sixtus IV en Innocentius III bevestigen de
echtheid van de relikwie, zonder evenwel iemand te verplichten dit aan te
nemen (Petits Bollandistes T. 16, p. 147).
185 Raadsheer. – Bedoeld is een zekere Lentulus (zie fasc. 5, nr. 124,
voetnoot 277).
Fascikel 3
334