background image
Ik zag hoe de wolk zich verdeelde en in zekere heilige of
begenadigde gewesten in witte dauwwolkjes neer wervelde:
het was daar, waar godvrezende mensen woonden, die het Heil
verlangden en vurig afsmeekten. Ik zag deze wolkjes
regenboogkleurige randen krijgen en de regen zich in hun midden
samentrekken als tot een parel in zijn schelp. Ik ontving de
verklaring dat dit een voorafbeelding was, en dat uit die
gezegende plaatsen, waar de wolk zich in witte wervelwolkjes
neergelaten had, de medewerking tot de komst van de H. Maagd
werkelijk voortgekomen is.
Ik zag ook hoe Elias in dit profetisch visioen, terwijl de wolk
omhoog steeg, vier geheimen met betrekking tot de H. Maagd
erkende. Door storende omstandigheden ben ik spijtig de
bijzonderheden daarvan met nog zeer veel andere dingen
vergeten. Hieruit erkende Elias o.m. dat Maria in het zevende
profeteerde (Hoofdstuk 8, 23 en volgende) in verband met de openbaring
van de Messias, die op en rond het Meer van Galilea zal beginnen met zijn
evangelische verkondiging en zodoende de dorre aarde geestelijk zal
verkwikken en vruchtbaar maken.
De scène, door I Kon. 18, 41-46 verhaald, is dus echt gebeurd:
de regenwolk welke de dienaar van Elias uit de Zee (van Neftali) zag
opstijgen, maakte een einde aan de werkelijke fysische droogte, waardoor
het land reeds zo lang was geteisterd. Maar wat betreft het voorafbeeldend
karakter van die weldoende regen, de Bijbel zegt niet dat ook Elias’ dienaar
toen alles begrepen en gezien heeft wat de biddende profeet mocht
aanschouwen en wat, na hem, de christelijke Kerkvaders over dat
regenwolkje van Elias hebben geleerd als een van de bijbelse
voorafbeeldingen van Onze-Lieve-Vrouw, Moeder van de Messias:
Ave, levis nubes, quae coelestem pluviam inspergis (S. Tharasius).
De aanblik van het Meer van Galilea was dus blijkbaar een zinnebeeld van
de toestand in de harten van de mensen. Ter verduidelijking kunnen wij
verwijzen naar de ‘Dromen’ d.w.z. naar de aanschouwingen van Don Bosco.
Het gebeurde dat deze Heilige zijn spelende straatjongens van Turijn vanop
een balkon in het oog hield en dan ineens inzicht kreeg in de toestand van
hun geweten: verzwerende of verschrompelde lichaamsdelen, of andere
ziekelijke toestanden, die alleen voor hemzelf, Don Bosco, waarneembaar
en verstaanbaar waren, als zinnebeelden van bepaalde zonden en
gebreken.
Fascikel 2
129